Nederlandse Minigolf Bond NMB. Bondsburo, Eppie Bultsmastraat 17, 8923 CZ Leeuwarden, T. (058) 301 00 69
  Algemeen   Wedstrijdspelers   Recreanten   Banen   Bedrijven  
                     
Sponsor

Minigolf

 

 

Van oefen- daarna vakantiespel tot wedstrijdsport.

Het colfen (zo zegt men) werd in Engels-talige landen vertaald in golfen. De waarheid hierover zal echter, als zo dikwijls in het midden liggen.

Hetgeen hierna volgt zijn echter feiten:

·         Minigolf is ontstaan uit golf, met in het begin allerlei fantasie-namen en banen.

·         Bij de meeste golfbanen waren oefenweiden voor lange slagen en oefen "puttinggreens".

·         Putten is: Met de laatste slag de bal in putt of hole te doen belanden.

·         Omstreeks de eeuwwisseling werden in Amerika ook op zichzelfstaande "puttinggreens"aangelegd, waar, door miljoenen het putten geoefend werd.

·         Deze oefenplaatsen én het spelen hierop werd "clockgolf" genoemd, naar de kloksgewijze aanleg van de baan en het aantal (12) holes.

·         In de loop der jaren werden deze banen voorzien van natuurlijke hindernissen, zoals glooïngen, curven e.d.

·         Rond de jaren '20 werd het spelen op de, toengeheten TOM THUMB GOLF-banen een ware rage. Kleinduipjesgolf dus.

·         In Engeland kende men inmiddels het Mini(dwerg)-golf. Allemaal kleinerende namen, maar het was immers slechts een spelletje.

·         Iets serieuzer was het "Pitch and Putt Golf" waar men de bal op de green gooide en vanaf die plek moest putten.

·         In Duitsland speelde men "Kleingolf" en in Scandinavië was het Mini-golf.

Door de enorm toegenomen populariteit steeg het aantal banen navenant. Kermis-exploitanten, camping- en parkhouders bouwden naar hartelust en eigen fantasie hun banen.

Omdat velen dit, dikwijls, eigenhandig deden en er van enige norm geen sprake was, kon men de meest fantastiche bouwsels, als hindernis tegenkomen.

In 1954 ontwierp de Zwitserse architect P. Bogni een midget-golfbaan met genormaliseerde hindernissen. Met de nodige kennis, techniek en oefening moest het mogelijk zijn, iedere hindernis met 1 slag te passeren en de put te halen, e.e.a. op een te berekenbare manier.

Dit systeem werd gepatenteerd en heet nog steeds, naar de ontwerper, Bogni-banen. (lange banen). De lengte van deze banen inclusief hindernissen was 12-14 meter. Het had een buis-omranding en het baanmateriaal was beton of vilt.

Bogni bouwde zijn banen hoofdzakelijk in parkachtige omgevingen, zodat het spel merendeels bij grote hotels beoefend kon worden en daardoor slechts voor een beperkte groep mensen toegankelijk was.

De Hamburgse zakenman Pless zag het op ongeveer dezelfde manier, hij wilde nl. door zijn vinding de mogelijkheid scheppen, op zijn baan, niet alleen plezierig te spelen en zich te ontspannen, maar tevens een baan te creëren, die door het overwinnen van deze opstakels, een bepaalde spanning te wekken, die de spelers, na het spelen, een zekere voldoening kon geven, die tot een aangename ontspanning leidde.

Ging Paul Bogni, wat de baanlengte betreft, uit van de lange fantasie-banen, Pless ging dieper op de zaak in. Hij ontwierp een hoekstalen transportabel frame van geringe afmeting, 6.20 meter waarin eternieth platen gelegd werden. Door de kortere banen, was het mogelijk op een kleinere ruimte golfbanen aan te leggen. Vijftien banen werden voorzien van hindernissen ontworpen door de Academie van Beeldende Kunst te Hamburg. Twee banen kregen een afwijkende vorm (Hoek en Zig-zag) terwijl de eerste baan zonder hindernis bleef, deze baan is bedoelt als testbaan.

Tot het populariseren van de minigolfsport heeft het systeem van Pless zonder twijfel de grootste bijdrage geleverd. Ook heden ten dage is het aantal korte banen groter dan de lange banen.

Toch hebben beide systemen Europa en de landen daarbuiten veroverd. Doordat de banen nu overal gelijk waren, was het spelen van wedstrijden mogelijk geworden.

De lengte van de banen en de hindernissen waren welliswaar genormaliseerd, men zal bij het bespelen van de banen merken dat iedere baan zijn eigen karakter heeft.

Als 3e spelsoort is er ook het Stergolf , dit zijn lange banen, waar de laatste hindernis niet in een circel eindigt, maar in een ster (extra hindernis). Als 4e kwam er bij, het Zweedse Vilt. Dit soort was al lang populair in de Scandinavische landen, maar komt nu ook in andere landen voor. Het is een baan gemaakt van hout (randen) en aan het eind een 8-hoek. De toplaag is van vilt.

We hebben nu 4 baansoorten behandeld, beton (bogni, lang of afdeling 1), eterniet (kort of afdeling 2), Stergolf en Vilt.

Iederspelsoort heeft zijn eigen competitie. Terwijl tussen lang (kan zowel beton als vilt zijn) en kort ook nog een Nederlands, Europees en Wereld kampioenschap gespeeld wordt.

Bij het vragen van informatie zult u bemerken dat eenieder zijn spelsoort als het beste of leukste ervaart, maar gebleken is dan geografische feiten, de meest doorslaggevende zijn. Als er bij u in de buurt toevallig een lange baan aanwezig is, zult u eerder daar gaan spelen dan op een verder gelegen baan waar de andere spelsoorten beoefend worden.

Voorts is het niet noodzakelijk om in wedstrijden mee te doen, men kan ook als zogenaamd recreatieve speler in clubverband minigolfen. Leeftijd is niet belangrijk, met 6 jaar kan men al als lid beginnen en men kan doorgaan zolang men wil.

 

Partners

 

Noorwegen

 

Duitsland

 

Itali�

 

Belgi�

 

 

 

 

 

Like us on Faacebook

Like us on Facebook

 

SponsorKliks, gratis sponsoren!