Nederlandse Minigolf Bond NMB. Bondsburo, Eppie Bultsmastraat 17, 8923 CZ Leeuwarden, T. (058) 301 00 69
  Algemeen   Wedstrijdspelers   Recreanten   Banen   Bedrijven  
                     
Sponsor

Het "Colfen"

Het spelen met bal en stok (stick) is in de loop van de afgelopen 700 jaar op verschillende manieren beoefend.

Reeds in 1297 werd in Loenen a/d Vecht een colf-toernooi gehouden. Het werd gespeeld over een parcours van 4000 meter waarbij de bal in 4 (hollen) nu holes, gespeeld moest worden, waarbij het niet duidelijk is, of het hier om een natuurlijk dan wel aangelegd parcours ging. Hierbij werd de houten bal met een houten colf "wier voetingh met yseren beslaghe" gespeeld.

Men kende in die tijd reeds 2 spelsoorten, het maliën (denk maar de maliebanen bij diverse steden) en het colfen, met als enig verschil dat het bij de maliën de bal "op de gelijcke gront" werd afgeslagen en bij het colfen de bal bij de afslag op een tuitje werd geplaatst.

In die tijd werden tijdens de spelen, enorme bedragen in weddenschappen omgezet.

In december 1387 zegelde Ruwaard A. van Beieren een charter voor Den Briel, waarbij hij het wedden tijdens spelen in Den Briel verbood. Er werd echter een uitzondering gemaakt voor "den bal mitter colfen te slaen buten der veste onser Stede voirscreven".

Het wedden bij het colfen werd toegestaan, maar..... buiten de vesting.

Het was dezelfde Ruwaard van Beieren die in Haarlem op 20 februari 1390 een stuk grond "buten den houtpoort" afstond om daar te colfen.

Dit was het eerste publieke colf-terrein.

Het afstaan van dit stuk grond was niet zomaar een royale geste, maar vloeide voort uit een hoeveelheid klachten der gegoede burgerij, omdat colf op een gegeven ogenblik zelfs bezit van de straten genomen had, met allerlei gevolgen. bv. "dat goede luyden beseert en glaessen uytgesmeten" werden, alsmede klachten over "slick ende vuylnis met hare colfen tegen de huysen te smyten". of "de persoons, die 'sHeeren straeten gebruckende worden in haer aengesighten, tegen haer lyff ende benen aengeslaghen". De bestuurders van land en stad deden hun uiterste best het colfspel alleen toe te laten "ingeoirlofde plaetsen".

In 1429 werd het verbod uitgevraadigd "dat nyemand den bal en sla up de straeten met colfen, die voren en verlood of verysert sijn".

De Hollandse handelsgeest kwam snel boven, want in een ordonnantie van 22 december 1447 wordt melding gemaakt van poorters en poorteressen, die colfen en ballen verkopen.

Dat men echt fanatiek was, bewijst het feit, dat winters, als het spelen op het land onmogelijk was, men uitweek naar gracht of singel om aldaar op het ijs zijn sport te beoefenen.

Door veel schilders uit die tijd werd bij het schilderen van winterse taferelen, het colfen op het ijs, dikwijls centraal of op de voorgrond geplaatst.

De 17e eeuw werd de bloeitijd van het colfspel in onze Republiek, het bleef echter een hoofdzaak beperkt tot handelssteden.

Ook in Schotland was het spel populair en dan vooral in de havensteden die handel dreven met onze Republiek. Tussen beide landen werd druk handel gedreven in colf-materialen, zo werden in onze Republiek colven van palmhout "die vingers breed en één dik" gebruikt, die "Schotse Klieken" genoemd werden, terwijl in Schotland de, in Holland en Brabant gemaakte ballen terecht kwamen.

Er zijn nog zeer veel gegevens bekend over verdere verloop en de ontwikkeling van het spel, maar het voert te ver om daar hier op in te gaan.

Slechts dit nog, over de vroegere geschiedenis; het was belangrijk dat de colf goed "aanvoelde" vandaar de uitdrukking:

"een kolfje naar zijn hand"

 

Partners

 

Noorwegen

 

Duitsland

 

Itali�

 

Belgi�

 

 

 

 

 

Like us on Faacebook

Like us on Facebook